De uitgeputte bodem van Zembla en de onze

Bouwzand

Wat een toeval of gelijktijdigheid. Onze Moestuinschooldag over de bodem viel precies op de dag dat Zembla uitgebreid aandacht besteedde aan de staat van de bodem in agrarisch Nederland in hun programma ‘De uitgeputte bodem’. Zelf leerden wij, tuinders, ook van onze eigen lesdag, want alle pasieve kennis die we hadden over het onderwerp werd weer even actief gemaakt voor de gelegenheid. Hoe uitgeput is dat bouwzand van onze tuin eigenlijk? Of heeft al het werk van afgelopen jaar al wat opgeleverd voor dit jaar?

Klei, zand en veen

De ‘tuinlieden’ (cursisten) werden onderverdeeld in klei- zand- en veenmensen, onze eigen tuingrond werd onderzocht op zuurgraad, wormen, klei, veen en zandgehalte. “Zandgrond is los, het glipt zo tussen je vingers door en je kunt er moeilijk een bal van maken,” was de conclusie van de zandemmer, bouwzand van het veld, compleet met schelpjes. Intussen was er uit de klei-emmer al een poppetje gekneed, klei van de overkant van het kanaal en de emmer met pikzwart veen voelde juist ‘heerlijk’, de ballen die ervan gekneed werden leken net extra grote chocoladetruffels. Bij de bezinkingsproef bleek het ‘veen’ (in de vorm van compost van afgelopen jaar) en klei toch ook wel door onze bovenlaag te zitten. Fijn.

Zure grond

Onze PH blijkt bij de bodemmonster test (tabletje en grond in water oplossen in een buisje) perfect te zijn, precies 7. Om buurman aan het schrikken te maken deden we er een beetje azijn bij in het buisje, waardoor het van paarsblauw (PH7) naar pisgeel kleurde (PH4). Hij werd er niet warm of koud van “Ik dacht wel even: hoe kan dat nou? Maar alles groeit prima, dus kennelijk is het niet erg.”

Wormenfeest

Onze wormen? Tja. Treurig. Er werden gaten geboord en gegraven, maar veel wormen waren er niet. Totdat iemand in de kas een heel stuk aanwees met duidelijke wormendrolletjes. Ineens snapten we het: in de kas is het warmer, overal op het land hadden we bergjes compost uitgespreid die ook lekker warm en voedzaam zijn. Natuurlijk gaat een worm ook liever naar de snoepwinkel, dan naar de kale woestijn. Toen we dáár eenmaal gingen graven bleek de theorie te kloppen: heel veel wormen. Gauw harkten we alle bergjes daarna uit over het land, hopelijk gaan ze zich dan lekker verspreiden.

No no-dig

’s Avonds, moe, rozig en zeer voldaan keken we Zembla, griezelige gelijktijdigheid met de gesprekken die we de hele dag al voerden. We beloven voortaan nog beter voor onze wormen te zorgen en uit te kijken met al te heftige grondbewerking. Volgende week komt er weliswaar nog één keer een klein overtopfreesje overheen om de bodem klaar te maken voor het teeltseizoen. ‘No-dig’ is nog niet helemaal haalbaar, qua kweekgras en klapzand. Maar de rest van het jaar laten we het aan de wormen en de tuinlieden over. Nu we zo’n fijn tuingrondje hebben midden in de stad zou het zonde zijn om dat te verprutsen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *